Leasing van materieel voor groene energieproductie

Partnercontent

Welke juridische aandachtspunten mag je niet over het hoofd zien?

De energietransitie versnelt en bedrijven zetten steeds vaker in op zonnepanelen, windturbines, batterijsystemen, laadpalen, en waterkracht- en biogasinstallaties voor opwekking, opslag en commercialisatie van hernieuwbare energie. Leasing maakt investeringen in duurzame technologieën mogelijk zonder ondernemingen te verplichten tot hoge initiële investeringen. Dergelijke financiering via leasing vraagt om doordachte contractuele mechanismes.

Marc Remans, Legal expert ING België

Leasing van deze types van materieel is complexer dan leasing van eerder “klassiek” bedrijfsmaterieel. Omdat de infrastructuur vaak vast met grond of gebouwen verbonden is, inkomsten genereert via energiemarkten en onderworpen is aan complexe vergunnings- en subsidieregimes, komen er belangrijke juridische aandachtspunten bij kijken.

Ook het feit dat ondernemingen een leasing van hernieuwbare energieassets kunnen aangaan voor zichzelf (end-user deal), of als investeerder die een businessmodel bouwt rond voordelen die anderen kunnen realiseren (investordeal), maakt een gedifferentieerde aanpak van de contractuele verhoudingen noodzakelijk.

“Het onderscheid in benaderingen is cruciaal”, benadrukt Marc Remans. “Een juridisch kader dat werkt voor een eindgebruiker volstaat niet noodzakelijk voor een investeerder die energie commercialiseert of ter beschikking stelt van derden.”

Eigendom, natrekking en opstalrecht

De leasingmaatschappij blijft, zoals steeds, eigenaar van de installatie. Maar veel hernieuwbare energieassets – zoals PV-installaties op daken of grote waterpartijen, windturbines op landbouwgronden, warmtekrachtkoppelingen op industriële installaties, of laadinfrastructuur in parkeergarages – worden juridisch beschouwd als onroerend door bestemming. Daardoor dreigt natrekking: de installatie wordt automatisch eigendom van de eigenaar van het goed waarin ze verankerd wordt.

Een waterdichte oplossing is een notarieel verleden opstalrecht, dat het eigendomsrecht van de leasinggever beschermt en doet respecteren door derden. Zeker bij grotere projecten is dit een vereiste. Louter contractuele afstand van natrekking door bijvoorbeeld een gebouweigenaar kan in specifieke gevallen volstaan, maar biedt minder zekerheid.

“Zonder degelijk opstalrecht loop je als financier reëel risico om je eigendom te verliezen”, kadert Marc Remans. “Dat wordt in hernieuwbare energieprojecten soms onderschat.”

"Wat we in de praktijk zien, is dat leasing van materieel voor groene energieproductie niet zomaar een klassieke financiering is. Het vereist een juridische aanpak die afgestemd is op zowel de technologie als het businessmodel."

Financiële structuur: meer dan leasing alleen

De financiële opzet van renewable leasing vertoont gelijkenissen met projectfinanciering. Langere looptijden (vaak 10–15 jaar) en flexibele aflossingsschema’s die gebaseerd worden op kasstromen – zoals opbrengsten uit verkoop van energie, besparingen en een optimale afstemming van vraag en aanbod – vullen de klassieke bepalingen zoals de aankoopoptie tegen betaling van de restwaarde aan.

Bij grotere projecten worden bijkomende zekerheden en convenanten ingebouwd, zoals een Debt Service Coverage Ratio (DSCR), een Debt Service Reserve Account (DSRA) en cashcascademechanismen. Deze structuren kunnen ervoor zorgen dat de financiering via leasing “ringfenced” blijft: de risico’s zijn beperkt tot het project zelf.

“In dat opzicht schuift leasing steeds dichter aan bij projectfinanciering”, stelt Marc Remans. “Dat vergt ook een andere manier van juridisch denken en documenteren.”

Vergunningen, conformiteit en EPC

De installatie en exploitatie van energieprojecten vereist vaak een breed pakket aan vergunningen en keuringen: omgevingsvergunningen, AREI-keuringen, stabiliteitsattesten, brandveiligheidsattesten, netaansluitingsstudies en injectieanalyses.

Hoewel de leasinggever eigenaar blijft en zijn rol strikt financieel is, is het essentieel dat de contractuele documentatie de verantwoordelijkheid voor het aanvragen én behouden van alle vergunningen bij de leasingnemer legt. Alleen zo blijft de installatie correct functioneren en inkomsten genereren tijdens de volledige looptijd van het leasingcontract.

Ook de rol van de EPC-aannemer (Engineering, Procurement, Construction), die instaat voor ontwerp en bouw, is cruciaal. Er moeten duidelijke regelingen zijn over garanties, performantie en aansprakelijkheid.

“Vergunningen en EPC-contracten zijn geen randvoorwaarden, maar kernstukken van het juridische kader”, aldus Marc Remans. “Zonder sluitende afspraken ontstaat er snel onzekerheid over verantwoordelijkheid en risico.”

Risico's aansprakelijkheid en verzekeringen

Hernieuwbare energieinstallaties brengen specifieke risico’s met zich mee, zoals brand, stormschade, blikseminslag, cyberveiligheidsrisico’s, netproblemen of productieverlies. Daarom zijn een allrisk installatieverzekering, een productieonderbrekingsverzekering en duidelijke afspraken over schadegevallen noodzakelijk.

Daarnaast moeten verantwoordelijkheden bij defecten of nonperformance scherp worden afgelijnd. Prestatiegaranties van de leverancier of EPC-aannemer moeten via het leasingcontract of een meerpartijenovereenkomst ook ten goede kunnen komen van de leasinggever.

“Verzekerbaarheid en aansprakelijkheid zijn vaak doorslaggevend in de haalbaarheid van een project", zegt Marc Remans. “Het juridische kader moet die risico’s helder toewijzen.”

Energiecontracten: PPA's, certificaten en marktvolatileit

Leasing van materieel voor groene energieproductie gaat hand in hand met energiecontracten. In de praktijk worden Power Purchase Agreements (PPA’s) steeds belangrijker. Deze contracten bepalen hoe de opgewekte elektriciteit verkocht wordt, aan wie, tegen welke prijs en voor welke duur.

Het leasingcontract sluit vaak nauw aan op deze PPA’s: looptijden, betalingsmechanismen, overdraagbaarheid en risico’s bij marktvolatiliteit moeten op elkaar afgestemd zijn. Vaak worden de opbrengsten uit PPA’s in pand gegeven ten gunste van de leasinggever.

“Zonder afstemming tussen PPA en leasing ontstaat er snel een mismatch in risico’s en cashflows”, waarschuwt Marc Remans.

Einde van de lease en einde levensduur

Wanneer een lease afloopt kan de installatie, zoals in een klassieke lease, aangekocht worden via de lichting van de aankoopoptie. Eventuele verplichtingen inzake demontage, milieu en terreinherstel worden contractueel steeds bij de leasingnemer gelegd.

“Ook het einde van de investeringscyclus verdient juridische aandacht”, besluit Marc Remans. “Wat vandaag een duurzame investering is, moet ook correct en verantwoord afgesloten kunnen worden.”

Contact:

ING LEASE BELGIUM

Marnixlaan, 24

1000 BRUSSEL

RE.lease.be@ing.com

Datum
08-07-2026